Stop de klok   

Stop de klok! smijt de telefoon in stukken uiteen!

Laat de hond zwijgen met een sappig been!

Laat alle lawaai verstommen!

De sterren zijn niet gewenst.

Verduister de maan en doof de zon

Laat de oceaan leeglopen en verbrand de bomen

Want nu kan niks, nee niks ...

Tot enig goed komen.


Wat kunnen we nu doen?

Tegen die afgrijselijke onmacht!

Een mens in een meedogenloze wereld!

Verdomme! Waarom? Hoe? Kon dit nog voorkomen worden?

Een spelend kind, iemand lacht,

Al het aangename verbleekt bij deze pijn.

Maar ons leven gaat hardvochtig door,

laat ons treuren om een prachtig leven ...

Dat er spijtig genoeg ...

niet meer mocht zijn.


Sarah, je leeft voort in onze gedachten, onze woorden, ons bestaan

Want in onze harten ...

ontluikt een witte roos ...

om nooit te vergaan.

Opgedragen aan Sarah De Gryse

De eerste strofe bestaat uit een vrije bewerking van het gedicht 'Funeral Blues' van W.H. Auden,
een gedicht die voor mij heel veel betekende in moeilijke dagen.



Het Versplinterde geheel   

Een heldere waas

in een parkje in de stad

bevangen in zoete lucht, in sprankelende geluidjes,

Zachte avondrust door het bedwelmend soelaas...

PLOTS

een krijsende hersenschim

tekent grillige denkbeelden van pijn

De droom versplintert.

De zon barst.

De gevreesde tijd tolt rond in vragen.

fictieve antwoorden kwellen mijn zijn.

Maar deze schitterende rinkelende scherven,

tegen de duistere stilte,

passen weerom in de ongerepte vorm...

Een opklarende nevelsliert,

die met een lichtwaaier

de natuur herschildert.


Gebroken Wit   

Een sluier van heldere mist,

die tegen de stralende boomtoppen hing.

Een alles-omzeilende verbeelding

die ons beving ...


En nu pas werpt de wildgroei ,

verveeld door de ronkende symfonie,

een goedkeurende blik...

op het moerasje van fantasie.

De fantasie die meegevoerd door de wind

onze wereld verzon,

en die toch heel gezwind

diep in mij verdronk.

Zoals het bosje dat vol gevaren zat ,

het eenzaam boompje onder de grijze flats ,

het kwakende vijvertje ,

of de oude vervallen boerderij

Dit is herleid tot een sluipende wens,

het feerieke op de grens ,

de grens tussen...

de groene pracht ,utopisch en zacht

en het grauwe steen,

...nu...


Maar nu wil ik me keren en iets leren ,

uit die sluimerende boodschappen van herinneringen

die als kronkelende beekjes

het leven bezingen.


Filosofie in beweging   

Zinderende vragen

die om een verlichtend antwoord klagen...

velen stonden klaar met dogmas

die gaandeweg verjaren,

van die vage zekerheden

waarbij het labyrint van gedachten bevriest

en men het boek boven ervaring verkiest.


De waarheid is voor het onbestaande bewaard

gelukkig de zoektocht niet

en bevaart men deze rivier

die groeit in het gebergte

door eeuwig sneeuwen ...

van onzekerheden.

Want het labyrint van gedachten ontdooit,

langzaam sijpelen de druppels

en in de vallei bloeit een bloem.


De weg naar het fictief paradijs,

de top,

onbereikbaar boven die mystieke wolken,

waarin een weg wordt gebaand

en sluipende gevaren worden geraamd.

Met evenwicht om te beleven,

worden deze lessen met mn ziel verweven.


Want Tao , het pad...

niet het doel

is het allesomvattende gevoel

van evenwicht in het draaiend rad.

Door de gedachte die de chaos tart,

- wit en zwart - in het ritme van de kring .


Opa   

Vruchteloos troost zoeken in dat...

wat men had kunnen doen om te vermijden

Altijd tegen het onvermijdelijke strijden.

Elk ogenblik verlies je een seconde,

een moment uit een onzeker leven.

Kon de mens maar uit zn toekomst leren

voor al die keren

dat je zegt...,

" Wat een zonde ! "


Maar stilletjes herneemt de wereld zn zotte gang

Elke morgen schijnt weer de zon

Opa, je hebt ons dit gegeven

Elke dag opnieuw stond je er

vanzelfsprekend en zonder drang

met al de liefde en zonder het te vragen

Heb jij ons gedragen


En ergens groeit weer een schitterende bloem

groeiend uit de pijn

bloeit ze open met jouw zonnestralen

om er altijd te zijn.

Opgedragen aan m'n opa Georges Emaer (11 nov 1920 - 3 maart 2002)


De arend   

Zoete fantasie zachtgroen , glinsterend gevoel,

Drijven op een zee van bloemen, langs zwart, geel, rood, wit ... strelend dons

Ik zweef, zonder te beseffen ... naar iets toe ... naar een glimlach,

Een melodietje begint zacht te spelen , groeit luider, GROEIT, Ik voel leven, energie stroomt ...
vrij!
Een wervelwind neemt me hogerop , ik tol rond .

Een machtig beeld doemt voor me op.

Een enorme arend glijdt krachtig mn ogen voorbij ...

Alles verbleekt ...

mn ogen worden zwaar ...

de stilte doet onnoemelijk veel pijn.

Plots wordt ik weggeslingerd

Met een plof kom ik neer

In een koud en donker bed.


Copyright Bert Vandenbussche